Horzels

horzel
Horzel

Horzels zijn middelgrote, harige vliegen die met hun zoemende geluid vooral vee schrik aanjagen. De larven van horzels leven parasitair in vee en zorgen daar voor veel overlast.

Wij mensen verwarren ze vaak met steekvliegen, dazen en hoornaars. De voor mensen onschuldige horzel komt echter veel minder vaak voor en is alles behalve agressief.

Bekijk hier de verschillen tussen horzels, dazen en steekvliegen >>


Familie: Horzel (Oestridae)
Orde: Tweevleugeligen (Diptera)
Onderorde: Vliegen (Brachycera)


Horzels bij dieren

Voor dieren kunnen ze wel erg vervelend zijn en zelfs tot grote gezondheidsproblemen leiden. 
Al rondvliegend met hun typische gezoem kunnen ze blinde paniek bij vee veroorzaken. Paarden, koeien, schapen, herten, allemaal worden ze onrustig van de grote, harige vlieg. Blijkbaar weten zij instinctief wat voor overlast het beest hen kan bezorgen.

Leefwijze van de horzel

Een volwassen horzel komt voor in de zomermaanden en leeft slechts enkele dagen tot hooguit een paar weken. In zijn korte leven is hij voornamelijk bezig met de voortplanting. Horzels paren en de vrouwtjeshorzels gaan op zoek naar plekken om de eitjes of larven af te zetten.
Eten en drinken kunnen ze niet en jagen doen ze dus ook niet. 

Parasieten

Vrouwtjeshorzels zijn dus continu op zoek naar gastheren voor hun voortplanting. Sommige horzelsoorten leggen eitjes waaruit larven komen (zoals de paardenhorzel en runderhorzel) en anderen (zoals de schapenhorzel) laten levende larven achter bij de dieren.

De horzellarven leven maandenlang parasitair binnen in het lichaam van de dieren en zorgen voor jeuk, irritaties, pijn en ziekten. Zodra de larven volgroeid zijn, verlaten ze het lichaam van hun gastheer om zich in de grond te verpoppen. Hieruit verschijnt vervolgens weer een volwassen horzel.

Hoe ziet een horzel eruit?

Hij heeft een beetje het uiterlijk van een harige bij met zijn bolvormige lijf met zachte haren.
Je zou het qua uiterlijk niet direct zeggen, maar de horzel is familie van de alom bekende huisvlieg. 

De horzel heeft grote, bruin-zwarte ogen en is gemiddeld 1 tot 2,5 cm lang. Dat is dus een stuk groter dan de huisvlieg die we in de zomer in huis tegenkomen, die kleiner dan 1 cm is.

Gezien zijn formaat en zijn zwart-geelachtige achterlijf is het is niet helemaal vreemd dat hij wel eens voor de grote hoornaar wesp wordt aangezien. De hoornaar behoort echter tot de wespenfamilie en de horzel tot de vliegenfamilie. De horzel is in de regel iets kleiner, minder felgeel van kleur en vooral ook een stuk behaarder.

Het beweeglijke achterlijf van een vrouwtjeshorzel kan het soms lijken op (steekbewegingen van) een angel, maar niets is minder waar. Ze heeft geen angel en via dit achterste gedeelte van het lijf worden eitjes gelegd. Ze kan hiermee in rap tempo haar eitjes aan de haren van dieren lijmen.

Horzels en mensen

Iemand die tot vervelens toe irritant blijft doorgaan over bepaalde netelige kwesties wordt ook wel een horzel genoemd

Horzels zijn niet agressief en voor mensen ongevaarlijk. Ze bijten of steken niet en richten zich dus voornamelijk op dieren. 

Er zijn enkele gevallen bekend dat mensen via het oog, de neus, het oor en de keelholte geïnfecteerd zijn geraakt met larven van de schapenhorzel. Dit is echter een zeldzaamheid.

Ook bestaat er één soort horzel die bij mensen parasiteert en dat is de Dermatobia hominis. Deze zeldzame soort leeft echter in landen rond de Evenaar en komt in Nederland dus niet voor. Het binnendringen van de larven in het menselijk lichaam gaat in dit geval niet direct via de horzel, maar door muggenbeten. De larve zal uiteindelijk vanzelf het lichaam weer verlaten via de (ontstoken) huid.

Horzelsteek of horzelbeet

De horzel behoort tot de vliegenfamilie. Vliegen hebben geen angels en dat geldt ook voor de horzel. Een horzel kan dus niet steken en daarnaast ook niet bijten. 
Hij heeft maar heel kleine, nauwelijks ontwikkelde monddelen, waardoor eten en dus ook bijten uitgesloten is. Er bestaat dus niet zoiets als een horzelbeet of horzelsteek. 

Wanneer men spreekt over een horzelbeet of horzelsteek, doelt men meestal op een dazenbeet

Deze verschillende insecten, horzels, dazen en in mindere mate hoornaars, worden regelmatig door elkaar gehaald. Om die reden besteden we op deze website naast de horzel ook uitgebreid aandacht aan steekvliegen en dazen.

Horzels in Nederland

Er komen in Nederland zo’n 12 soorten voor en deze soorten zijn onder te verdelen in drie typen:
Hypoderma (Runderhorzel, ook wel builenhorzel)
Gasterophilus (Paardenhorzel, ook wel maaghorzel)
Oestrus (Schapenhorzel, alsmede edelhert- en reeënhorzel, ook wel neusgathorzel)

Hieronder behandelen we ieder soort apart.


Paardenhorzels

paardenhorzel
Paardenhorzel

Paardenhorzels komen voor in de (zomer)maanden juni tot oktober, met een hoogtepunt in de maand augustus. 

Ze kunnen met hun luide gezoem voor flinke onrust zorgen bij paarden en pony’s. Daarnaast kunnen de larven van de horzels leiden tot gezondheidsproblemen.

Een volwassen vrouwtjes paardenhorzel leeft hooguit twee à drie weken en die periode gebruikt zij om zich voort te planten. Na het paren zoekt ze dieren (met name paarden) om haar eitjes bij achter te laten. 

Deze grote, zoemende insecten kunnen niet bijten of steken, maar de ellende ligt ‘m dus in hun larven. De larven die uit de eitjes te voorschijn komen leven langdurig parasitair in het lichaam van het paard en verlaten het dier pas als ze volgroeid zijn. In de periode in het binnenste van het paard of de pony kunnen ze voor irritatie, pijn en onder meer ontstekingen zorgen. 

Paarden weten blijkbaar heel goed welk onheil deze beesten kunnen betekenen. Want zodra de horzels alleen al in de buurt komen, kunnen werkelijk panisch reageren.

Paardenhorzeleitjes

horzeleitjes-paard

Een volwassen vrouwtjeshorzel is steeds op zoek naar gastheren om hun eitjes op te leggen. 
De horzel legt de eitjes bij paarden voornamelijk op de onderbenen, maar soms ook in de hals. Ze worden vastgelijmd aan de haren, huid of manen met een lijmachtige vloeistof die vanuit het achterlijf van de paardenhorzel komt.

De eitjes van paardenhorzels zitten vaak in grote getale bij elkaar (vaak wel honderden eitjes) en zien eruit als kleine gele puntjes. Een vrouwtjes paardenhorzel kan zo’n 1000 eitjes produceren.

De (uitkomende) eitjes gaan jeuken en het paard begint te bijten en ze op te likken. Zo komen de eitjes in de mond terecht, waar ze vervolgens het stadium van larven ingaan. 

Deze roodbruine larven verblijven zo’n vier weken in het mondslijmvlies en komen daarna via de slokdarm in de maag terecht. Eenmaal in de maagwand van hun gastheer kunnen de larven tot wel 10 maanden parasiteren, om uiteindelijk weer te worden uitgescheiden.

Wanneer hij zijn gastheer heeft verlaten en op de grond ligt, werkt de larf zich een weg de grond in. Daar verpopt hij zich om in het voorjaar als volwassen horzel te voorschijn te komen. De cyclus begint weer opnieuw.

Ziekten door de paardenhorzel

Aangenomen wordt dat ongeveer de helft van alle Nederlandse paarden geïnfecteerd is met horzellarven. In de meeste gevallen zijn echter geen symptomen zichtbaar. Een van de dingen die wel opvalt is dat paarden kunnen gaan gapen als gevolg van een (grote) besmetting.

De aanwezigheid van de horzellarven kan in sommige gevallen zorgen voor ontstekingen van bijvoorbeeld het mondslijmvlies. Ook kunnen maagproblemen / -beschadigingen, bloedarmoede, kolieken of vermagering van het dier voorkomen. In zeldzame gevallen kunnen grote aantallen horzellarven leiden tot buikvliesontsteking, waaraan het dier kan overlijden.
Door ontwormingskuren kan een infectie worden bestreden.


Runderhorzels

runderhorzel
Runderhorzel

Rondvliegende runderhorzels zorgen met hun typische gezoem voor grote paniek bij koeien. Zelfs als ze nog nooit met de beesten in aanraking zijn geweest, kan onrust uitbreken. Wanneer koeien besmet raken met de horzellarven ontstaan uiteindelijk pijnlijke horzelbulten.

Runderhorzels komen nauwelijks meer voor in Nederland. 
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd een campagne gestart om het dier uit te roeien en sinds de jaren tachtig komt de runderhorzel slechts incidenteel voor bij Nederlandse runderen. 

Aangezien ze in België nog wel voorkomen, worden ze in Zuid Nederland toch nog wel waargenomen. Zonder tot echte problemen te leiden bij veehouders overigens.

Levenscyclus runderhorzel

De behaarde, roodbruine vrouwtjeshorzels leggen rond juni hun eitjes op de huid van koeien. 
Een runderhorzel kan zo’n 100 eitjes leggen bij verschillende runderen.

Uit de eitjes komen binnen enkele dagen larven, die zich door de huid van het dier naar binnen boren. Ze verblijven gedurende de winter in het vet bij de wervelkolom in het midden van de rug van het dier.

Zo ongeveer rond maart verkassen de larven naar de spieren direct onder huid. Op deze plek maken ze gaatjes in de huid, waardoor een grote, pijnlijke bult ontstaat. Deze zogeheten runderbult is een etterende buil waar de koeien zichtbaar last van hebben.

Uiteindelijk barst de bult open en komen de maden naar buiten. Ze laten ze zich op de grond vallen om zich daar te verpoppen tot volwassen horzel. Deze leeft overigens maar enkele dagen.


Schapenhorzels

schapenhorzel
Schapenhorzel

Schapenhorzels richten zich op schapen en soms ook geiten.
Als ze voorkomen, dan is dat vooral voor in de maanden mei tot en met juli. Ze komen echter meer voor in Zuid Europa en worden in Nederland niet heel vaak waargenomen. 

De vrouwelijke schapenhorzel (Oestrus ovis) brengt haar larven niet binnen via de huid, maar via de neus. 
Waar bij paarden- en runderhorzels (eerst) eitjes gelegd worden, komen bij schapenhorzels de larven direct levend uit de horzel; het ei-stadium wordt overgeslagen.

Van horzel naar schaap

Zodra een schapenhorzel een schaap uitkiest als gastheer, gaat zij voor de kop het dier zweven. Met uiterste precisie spuit ze vervolgens de larven in de neus van het schaap. Per keer levert ze 2 of 3 levende larven op deze manier af . 
Ook kan de schapenhorzel de larven afzetten op de neus, waarna deze naar binnen kruipt of soms tussen de oogleden gaat zitten. 

De larven zijn op dat moment 1 tot 3 mm lang en deze kunnen in vier weken doorgroeien tot wel 2 cm lengte. 
De schapenhorzel besmet herten en reeën op dezelfde manier via de neus met haar horzellarfjes.

De larven kruipen in die vier weken richting voorhoofdsholten, alwaar ze zich met slijm voeden. Zodra ze volgroeid zijn, worden ze doorgeslikt of uitgeniesd. Het gebeurt ook dat ze zelf weer naar buiten kruipen. Zodra ze op de grond vallen kunnen ze zich binnen een paar dagen verpoppen tot volwassen schapenhorzel.

Irritatie en ziekte door de schapenhorzel 

In totaal kan een schapenhorzel in de paar weken dat hij leeft zo’n 500 larven produceren.

Een schapenhorzel kan per vlucht zo’n 25 levende larven in de neusopening van het dier achterlaten. Die larven kunnen irritatie, pijn en ademnood bij het dier veroorzaken. Schapen kunnen daarnaast ook draaiziekte (Listeriose) oplopen door de larvenbesmetting en in geval van heftige besmetting er zelfs aan overlijden.

Schapenhorzels en mensen

De mens heeft normaal gesproken weinig te vrezen van de schapenhorzel en zijn voortplantingsdrang. Er zijn echter gevallen bekend dat de larven in bijholten of oogleden van mensen terecht zijn gekomen. Dit is echter een zeldzaamheid en komt in Nederland niet voor.

Horzels bij herten en reeën

Er zijn meerdere soorten neusgathorzels; de edelherthorzel, de reeënhorzel en de schapenhorzel. 
Bij deze eerste twee soorten worden de horzels maar zelden gezien. De horzels leven maar enkele dagen. Wel is bekend dat ook herten en reeën angstig en paniekerig reageren als er een horzel in de buurt is. De horzellarven worden wel soms aangetroffen in geschoten wild.


ronnen:
Afbeelding horzel: kad.nl
Afbeelding paardenhorzel: Notafly

Previous Post

Zeus en de horzel, een Griekse anekdote

Next Post

Dazen